Wederom op stap met Cees en Kees

Terug naar overzicht

Wederom op stap met Cees en Kees

Ook dit jaar gingen we weer op stap met Cees Stolk de verteller en Kees Schipper de chauffeur van Deiman Touring. Een middagje Cees en Kees. Na in OSV verband in 2023 het Hoogeland en in 2024 de krijgsgevangenkampen langs de grens van Bunde tot Ter Apel bezocht te hebben, gingen we deze keer een bezoekje brengen aan de veenkoloniën. Ook wel het Bourtangermoeras genoemd. Het was een groot hoogveengebied in Oost-Drenthe, OostGroningen en Emsland (Duitsland). Het is vanaf de middeleeuwen grotendeels ontgonnen, waardoor er aan het begin van de 21e eeuw slechts kleine restanten van over waren. En enkele van die restanten liet Cees ons zien en vertelde er
enthousiast over.

Zo waren we in de gemeente Pekela, waar hij het had over de stank die voornamelijk in Oude Pekela te zien en zeker te ruiken was. De
vervuiling van het Pekelder Hoofddiep. Veelal veroorzaakt door lozing van afvalwater van onder meer strokartonfabrieken en aardappelmeelfabrieken. Een dikke korst van rottend vuil, dat vaak brandend water veroorzaakte.

In oktober 1969 liet koningin Juliana haar hofauto stoppen aan het Pekelder Hoofddiep om zelf de enorme vervuiling te zien en vooral te ruiken. Dat was de opstap naar een eindelijk schoon Hoofddiep. Velen zullen zich zeker de “klaaibolle “van Strating nog wel herinneren. Die vrolijk tuffend met zijn kleipraam, zich een weg baande door de dikke korst drab op weg naar de steenfabriek.

Ik heb nog een leuke anekdote voor u opgedoken. Eind jaren ’60 van de vorige eeuw bevonden zich vijf Chinese handelsreizigers in een van de kantoren van de toenmalige kartonnagefabriek Britannia in Oude Pekela. Ze kwamen onderhandelen over meer en snellere zendingen van het bekende Pekelder product. Tijdens een pauze nam één van de directeuren de buitenlandse gasten mee voor een kijkje in het dorp en over het Pekelder Diep. Toen hij een voorbij varende schipper vroeg zijn sigarettenpeuk in het water te gooien, kregen de Chinezen bijkans een rolberoerte. Het water achter het schip vatte vlam en het lopende vuurtje tokkelde langzaam achter het bootje aan. Eenmaal terug in China werd het vijftal, dat hun bazen uitvoerig verhaalde over brandend water, niet geloofd. Ze kregen het verwijt in Pekela te diep in het glaasje te hebben gekeken. Ontslag dreigde. Foto’s vanuit Pekela en een begeleidende brief van de kartondirectie redden echter hun baan. De plaatjes en het schrijven toonden de werkelijke feiten. In Oude Pekela wilde het water van het kanaal dat door het dorp liep echt branden. ‘Ik moet nog lachen als ik eraan terugdenk,’ vertelt Andries Brans, destijds topverkoper bij Britannia. Hij reisde voor het bedrijf de hele wereld over en was getuige van het voorval. Hierna bereikten we in Nieuwe Pekela de vroegere sigarenfabriek Albatros, na de oorlog Champ Clark geheten. In 1895 startte het met 15 man personeel.

Het hoogtepunt was 1940, toen er 225 mensen werkzaam waren. Bekende merken waren onder andere Paul Kruger en Heil den Boeren. Deze fabriek kreeg landelijke bekendheid, door de eerste vrouwenstaking voor gelijk loon in Nederland. Het betrof een wilde staking. Na vier welken onderhandelen en tussenkomst van Fré Meis gaf de directie toe en pakten ze het werk weer op. Zowel de mannen als de vrouwen gingen met 58 gulden per week fors meer verdienen.

Tijdens de werkzaamheden in de fabriek werd er veel gezongen. Zo ontstond het Christelijk Mannenkoor Albatros. Het mannenkoor bleek succesvol, bracht verschillende platen uit en won op concoursen. In 1972 schafte het de voormalige doopsgezinde kerk in Nieuwe Pekela aan, het Albatroshuis, waar nog steeds gerepeteerd en opgetreden wordt.. Als gevolg van teruglopende vraag naar sigaren en tabak en de gestegen loonkosten ging de fabriek in 1971 failliet. Wat bleef waren de straatnamen Champ Clark en Albatrosstraat. En het mannenkoor Albatros. Verder ging het naar Boven Pekela. Ook wel Noorderkolonie genoemd. Waar de laatste kluizenaar van Groningen woonde. Rutger Oldeboom, die tot aan zijn dood (4 november 1976 – 92 jaar) in een bouwvallig huisje woonde, zonder gas,licht en water. Op een stuk land, dat nu het hoofdveld is van de voetbalclub Pekelder Boys. Hij was zo vreselijk op de centen, dat hij nooit iemand betaalde, de belastingen aan z’n laars lapte en met een flinke spaarrekening z’n graf in ging. Hij had ook flink wat hectares land in bezit. Aan de andere kant van z’n huisje, voetbalde Pekelder Boys.

Tussen de club en Oldeboom was het niet bepaald altijd pais en vree. Zo loste de Stadskanaal. Van 1883 tot 1893 was hij aangesteld als schoolhoofd in Wildervanksterdallen. Zo loste woedende kluizenaar eens een geweerschot toen er voor de zoveelste keer een bal in zijn tuin belandde. Desondanks had Pekelder Boys het beste met hem voor en kreeg hij weleens een gehaktbal vanuit de kantine aangeboden. Een bedankje zat er echter niet in. ‘Ik betoal die nait’, zei de kluizenaar steevast. Nadat hij overleed, verhuisde de club het hoofdveld naar de plek waar Oldeboom jarenlang had gewoond, met zijn vele honden en schapen. Waar jute zakken als beddengoed dienden. En hij werd voort het eerst en voor het laatst gewassen op 92 jarige leeftijd. Voordat we naar onze koffiestop gingen, stopten we eventjes in Bareveld. Bij het monument van Klaas Jan de Vrieze. Hij werd geboren in 1836 in Oude Pekela. De Vrieze was als landbouwkundig onderwijzer werkzaam in Ommelanderwijk, Oude Pekela en Stadskanaal. Van 1883 tot 1893 was hij aangesteld als schoolhoofd in Wildervanksterdallen.

Hij wist de boeren in de Veenkoloniën ertoe te bewegen om kalium als kunstmest te gebruiken. Na een twijfelend en tegenwerkend begin kon hij na enige tijd, door proeven aantonen dat de opbrengst van gewassen erg goed verbeterde. En dat in een omgeving, waar nergens meer aardappelen verbouwd werden dan hier. Hij overleed in 1915 in Groningen. Ter ere van hem werd in 1919 een monument onthuld. Hier staat onder andere te lezen. “Hij wees den landbouw nieuwe wegen, Den Boer tot heil, het land tot zegen. “.Op naar onze eerste koffie/thee stop. Te weten in het lintdorp Annerveenschekanaal met zijn Grevelingenkanaal. Typerend voor dit veenkoloniaal gebied zijn de nog aanwezige sluizen, brugwachterswoningen en ijzeren draaibruggen. Aan de drukke kant woonden vroeger de “gewone “mensen, aan de stille kant had je de “dikke boeren”. In 1771 kreeg de stad Groningen toestemming om de turf via de Groninger kanalen af te voeren en niet meer via de Hunze. Groningen betaalde alle kosten, Drenthe werd vrijgesteld van (turf) belasting. Het is een dorp met een beschermd dorpsgezicht. En met een oude Waterstaatskerk uit 1836, waarvan de bouwtekeningen nog altijd in de bol onder de windwijzer zitten. Waterstaatskerk is de benaming voor Nederlandse kerkgebouwen die tussen 1824 en 1875 onder toezicht (en soms ook naar ontwerp) van ingenieurs van Rijkswaterstaat werden gebouwd, veelal met financiële steun van de landelijke overheid. Men stuit regelmatig op het misverstand dat dit gebeurde in opdracht van ‘de minister van Waterstaat’, maar pas in 1877 werd een afzonderlijk ministerie van Waterstaat opgericht; deze viel tot dan toe onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken. In 1860 werd de toren toegevoegd. De kerk en aangebouwde pastorie hebben de status van rijksmonument.

In 1982 werd de kerk gerestaureerd. De restauratie werd gefinancierd met middelen verkregen uit de herinrichting van de veenkoloniën. De kerk verloor in 1985 haar religieuze bestemming. Het gebouw werd met behulp van de provincie Drenthe in de jaren 2014/2015 gerenoveerd en kreeg daarna een horecabestemming, met een werkend orgel en kansel. De voormalige pastorie kreeg de naam “Heerencompagnie”. De evenementenlocatie kreeg de naam “De Oude Waterstaatskerk“. Je kunt hier trouwen, jubilea vieren en nog veel meer. Bekender is de naam Aignwies, die ze zichzelf aangemeten hebben. En terecht!

Dat nog veel meer, deden we hier in de vorm van een koffiebuffet. In eerste instantie was het de bedoeling hier koffie en gebak te nuttigen.
Echter Cees informeerde ons later, dat horeca gerund werd door mensen met een beperking. Zei stelden voor om een koffiebuffet samen te stellen, met een meerprijs van vier euro. Nou dat leek ons interessant. De meer kosten waren voor het bestuur, de zoetigheden voor de deelnemers. En lekker was het. Maar? Smaken verschillen. Na vertrek en wederom goed geluimd, gingen we via de buurtschappen Lula en Kalkwijk naar Borgercompagnie. Een lintdorp dat in twee Groninger gemeenten ligt, te weten Midden Groningen en Veendam. Deze plaats is in de 17 de eeuw ontstaan, toen borgers ( burgers ) uit de stad Groningen hier een veenkolonie stichtten. In 1647 werd het “daip “gegraven, en begon de vervening. Het middengedeelte van het “daip “is in de jaren 1970 gedempt.

Vroeger een florerend dorp met zeer vele middenstanders. Thans een rustig dorp, waar het goed toeven lijkt. In het midden van het dorp had je het café van de gezusters Drijfholt, waar op zondag kerkdiensten gehouden werden. Dit door het ontbreken van een kerk. En hoe rekenden de zussen af? Althans zo gaat het verhaal. Afhankelijk van de toestand van de gast, werd de prijs vastgesteld. Betoalen! Klonk het. Eén van de zussen kwam, zag de gast en diens “toestand “. Afhankelijk daarvan werd de prijs bepaald. Mie dunkt, doe hest veur,n gulden opzopen! En zo kwamen we in Sappemeer terecht, waar Cees ons wees op de historische scheepswerf Wolthuis, die een lange geschiedenis kent ( meer dan driehonderd jaar ) en één van de oudste scheepswerven in de provincie Groningen is. Nadat het Winschoterdiep in de periode 1970-1980 definitief gedempt werd, verloor deze werf haar bestaansmogelijkheid als werf, doordat er geen schepen meer konden komen.

In 1983 werd de werf officieel gesloten, om In 2013 weer geopend te worden onder de naam Historische Scheepswerf Wolthuis en verkreeg hij de status van Rijksmonument. Het is een in werking zijnde museumwerf. Hier kan men kennis maken met de historie van de veenkoloniale scheepsbouw. Aan de ene kant is de werf in gebruik voor restauratie, reparaties en onderhoud van (historische) schepen en kleine opdrachten. Aan de andere kant is het een museumwerf, op de oorspronkelijke authentieke locatie, met exposities en demonstraties van originele oude gereedschappen en machines. Telefonisch werden we op de hoogte gebracht, dat men bezig was de aardappelen te schillen op de locatie waar we ons stamppotbuffet zouden nuttigen. Omdat er nog wat tijd over was, maakten we een ommetje. We gingen verder het vroegere hoogveengebied in. En bereikten Spitsbergen. Een gehucht in de gemeente Midden Groningen, liggend op de grens van Sappemeer en Zuidbroek. Spitsbergen is bij muzikanten bekend vanwege de gelijknamige geluidsstudio, die sinds 1979 is gevestigd in een boerderij uit 1872.Ook Herman Brood heeft hier muziek opgenomen. U weet wel, de Rock, n Roll legende die op 11 april 2001 van het dak van het Hilton Hotel in Amsterdam naar beneden sprong. .Hij liet een briefje achter met de tekst: “Ik heb er geen zin meer in, misschien zie ik jullie nog wel eens. Maak er een mooi feest van”.

Je kunt het je bijna niet meer voorstellen, dat dit gebied, waar we doorheen reden en gereden hebben, er eeuwenlang geheel anders heeft uitgezien. Ten zuidoosten van de stad Groningen strekte zich het grootste hoogveengebied van Europa uit. Een eindeloos landschap van heidevelden, meren en riviertjes, met hier en daar bosjes met berken, wilgen en struikgewas. In de meters dikke lagen veen kon je wegzakken en voor altijd verdwijnen. Deze wildernis herbergde later wel een onvoorstelbaar grote economische rijkdom, te weten Turf. Ten tijde van de vervening kon je die rijkdom enigszins vergelijken met nu Saoedi Arabië en zijn olie. Ook voor de gewone man????

Het liep tegen vijf uur en, op naar ons stamppotbuffet. We hadden toch ook wel een beetje trek. Bij Moeke Breughel aan het Oostereinde in Winschoten stopte de bus en gingen we naar binnen. (Hier zat vroeger Immings Bowlingboerderij). Op hun website lees je onder meer “Bij Moeke draait het om verbinding- met onze gasten en met de omgeving. We zetten in op oprechte gastvrijheid, alsof je bij je favoriete Moeke op bezoek bent. Ons karakter? Een mix van Brabantse warmte, Groninge nuchterheid en bourgondische flair. Met een knipoog naar vroeger en een hart voor nu”. Toen aanvallen. Moeke’s stamppotbuffet. Een lekker stamppotje. We hadden de keuze uit Boerenkoolstamppot, Zuurkoolstamppot en Hutspot. Daarenboven Rookworst, speklap, gehaktbal en rundersucade, en het nodige zuur. Met Groningse nuchterheid werkten we de Brabantse warmte naar binnen. Hier werd afscheid genomen van Cees. Hij had voor ons weer veel werk verricht. Met zijn vrouw had hij de route een paar keer gereden. En later met enkele rasechte Pekelders. Het zal je maar overkomen. Vertel je iets over Champ Clark, blijkt het in werkelijkheid geheel anders te zijn. Neen, samen met Pekelders de route rijden, dan maak je geen fouten.

Cees wordt nogmaals bedankt voor de uitgestippelde route en de horecabestemmingen. Goed gedaan. En zeer zeker ook chauffeur Kees. Hij was het die ons over kleine wegen de veenkoloniën liet zien. Stuurmanskunst van de bovenste plank. En Deiman Touring, die ons die zondagmiddag een bus ter beschikking stelde. En wat hadden we bovenal? En daar hebben blijkbaar deze twee heren voor gezorgd. Prachtig weer. In tegenstelling tot de dagen daarvoor! Wie weet tot volgend jaar. Bij leven en welzijn. Wie mouten het aan de tied overloaten. En dizze dag? ,t Was schier. t Kon minder..

Recente activiteiten

Wij houden u graag op de hoogte van alles wat er bij de Oldambtster Senioren Vereniging gebeurd.

Info meerdaagse reizen

Winschoten - 18-02-2026

Woensdag 18 februari info meerdaagse reizen

Nieuwjaars bijeenkomst

Oude Pekela - 07-01-2026

Woensdag 7 januari houden we een Nieuwjaarsbijeenkomst

Bingo Beerta

Winschoten - 18-12-2025

Op donderdag 18 december 2025 organiseren wij in Beerta een bingo middag.